Bevallingsfasen |
| Geboorte - Bevalling | |||
|
Omdat iedere vrouw anders is, verloopt iedere bevalling ook weer anders. Toch kun je aan verschillende signalen merken dat de bevalling eraan komt.
Hoe, wat & wanneer? Je kindje ontwikkelt zich tijdens de zwangerschap in je baarmoeder, waar het wordt gevoed en beschermd. Een voldragen zwangerschap duurt ongeveer veertig weken.
Fase 1: De ontsluiting Onder invloed van het hormoon prostaglandine wordt de baarmoederhals rijp. Hij wordt steeds soepeler en hij komt nu centraal voor het baringskanaal te liggen. De nog niet pijnlijke weeën hebben nog geen effect op de baarmoederhals, maar kondigen zich nu wel aan. Deze weeën zorgen ervoor dat de baarmoederhals inkort. Nu is deze nog ongeveer drie centimeter lang en de baarmoedermond is nog gesloten. Bij ontsluiting gaat de baarmoedermond langzaam open. De ontsluitingsduur varieert sterk per vrouw en is afhankelijk van de rijpheid van de baarmoederhals en de kracht van de weeën. Ook de conditie en psychische gesteldheid van de zwangere vrouw zijn van invloed op het verloop en de duur van de ontsluiting. Er zijn twee fases te onderscheiden in de ontsluiting, de latente en de actieve fase.
Latente fase De latente fase wordt ook wel de voorbereidende fase genoemd. Er zijn dan regelmatige samentrekkingen, om de vijf tot zeven minuten. De baarmoeder hals verweekt, centreert en verstrijkt. In de latente fase gaat de baarmoederhals 'verstrijken', zoals dat heet. Dat betekent dat deze dunner wordt en begint te ontsluiten. Hier zijn de weeën nog onregelmatig en duren kort. De baarmoedermond gaat langzaam open. Deze latente fase eindigt wanneer de weeënfrequentie in kracht en ontsluitingssnelheid toeneemt. Dit is vaak wanneer er tussen de twee en vijf centimeter ontsluiting is. Dat verweken en verstrijken kan soms onopgemerkt verlopen. Tegen het eind van deze fase worden weeën krachtiger en duren langer. De bevalling gaat over in de actieve fase. Dit is de beginnende ontsluiting.
Actieve fase In de actieve fase nemen de samentrekkingen toe. Iedere twee tot drie minuten heb je krachtige weeën die veertig tot zestig seconden duren. Wanneer de baarmoederhals uit stug bindweefsel bestaat, biedt het meer weerstand en verloopt deze fase anderhalf tot tweemaal zo traag dan bij iemand met soepeler bindweefsel. Dit varieert sterk per persoon. Daarom zal je van je verloskundige niets horen over de duur van de baringstijd. Als de ontsluiting drie tot negen centimeter is, worden de weeën steeds heviger en regelmatiger. Als je al eerder een bevalling hebt gehad, dan zal de gehele ontsluiting waarschijnlijk wat sneller gaan vergeleken bij de eerste bevalling. Zijn je vliezen nog niet gebroken, dan breken ze meestal spontaan in deze fase. Is dat niet het geval en is er onvoldoende progressie in de actieve fase, dan worden ze gebroken door de verloskundige of gynaecoloog. Het hoofdje drukt nu tegen de baarmoedermond en de weeën worden in hun heftigheid gevoeliger en vragen meer van je concentratie. De overgang van de eindfase van de ontsluiting naar de uitdrijving, wanneer het kindje daadwerkelijk de wereld komt bewonderen, is vaak een lastige periode. Persdrang krijg je niet van het ene op het andere moment. Het kindje daalt door krachtige weeën eerst verder in, waardoor de barende drukgevoel krijgt. Geleidelijk aan ga je dan naar de uitdrijvingsfase. Het bewustzijn van 'hier en nu' is op dit moment soms helemaal verdwenen.
Fase 2: De uitdrijving
De opening die ontstaat, is bij volledige ontsluiting tien centimeter groot. Nu mag je eindelijk actief meepersen. De ideale houding hierbij bestaat niet. Wat prettig is voor jou, is voor een ander helemaal niet prettig. Het is vaak ook afhankelijk van de ligging van je baby. De gemiddelde duur van de uitdrijvingsfase is ongeveer 45 minuten. Een welvend, ofwel opbollend perineum ontstaat, wanneer het hoofdje bijna de bekkenbodem heeft bereikt en de zwangere vrouw haar bekkenbodemspieren ontspant. Wanneer het hoofdje van het kindje zichtbaar wordt, wordt het perineum langzaam opgerekt, door persen en zuchten.
Geboorte hoofd & schouders Als het hoofdje aan het begin van een wee wordt geboren, dan is er nog uitdrijvende kracht voldoende om in dezelfde wee de geboorte van de schouders te laten plaatsvinden. Wanneer het hoofdje aan het eind van een wee geboren wordt, is het raadzaam op de volgende wee te wachten, zodat niet onnodig uitwendige kracht van de verloskundige of gynaecoloog nodig is. Na de geboorte kan de baby het best direct bloot bij de moeder op haar borst gelegd worden, om de band tussen moeder en kind te ontwikkelen. De navelstreng wordt bij voorkeur pas na drie minuten afgeklemd. De moeder is dan nog niet klaar met de bevalling. Nu komt fase drie: de nageboorte.
Fase 3: Het nageboorte In deze fase wordt de placenta, ook wel moederkoek genoemd, samen met de vliezen geboren. De druk op de placenta is nu nog hoger dan tijdens de tweede fase, de uitdrijving. Je hebt nog steeds samentrekkingen van de baarmoeder en die zijn heviger, maar de pijn is in deze fase weg. Doordat de wand van de baarmoeder weer dikker is geworden nadat de baby is geboren, maar de placenta niet kan verkleinen, ontstaan kleine scheurtjes die een soort bloeduitstorting vormen. Dat, samen met de samentrekkingen, zal de placenta langzaam loswoelen. De samentrekkingen kunnen gestimuleerd worden door de baby aan de borst te laten zuigen. Door het hormoon oxytocine dat dan vrijkomt, komen samentrekkingen van de baarmoeder opgang. De gemiddelde duur van deze fase is ongeveer vijftien minuten. Enkele aanwijzingen dat de placenta loslaat zijn:
Niet bij iedereen lukt deze fase gemakkelijk. Daarom is de verloskundige of gynaecoloog er om je daarbij te helpen.
Fase 4: Het onderzoek Het eerste uur blijft een deskundige in de buurt van de kraamvrouw en de pasgeborene. De placenta wordt onderzocht. Daarom wordt deze fase ook wel de postplacentaire periode van de bevalling genoemd. Er wordt gekeken of de placenta volledig en compleet is. Er mogen geen resten in de baarmoeder zijn achtergebleven, dat kan abnormale bloedingen veroorzaken die aanhouden. Er wordt daarom gekeken naar het gewicht. Die is gemiddeld 500 gram. Er wordt gekeken naar de vorm en de staat van het weefsel van de placenta en de doorbloeding. Na onderzoek van de placenta volgt een algemeen lichamelijk onderzoek van de moeder en de baby. Als het nodig is, dan wordt de moeder gehecht en het bloedverlies wordt in de gaten gehouden. De baby wordt rustig geobserveerd, aan de borst gelegd en de apgar score wordt bepaald. De baby wordt aangekleed. Het herstellen en genieten kan beginnen.
|
| Contact | Over ons | Adverteren | Disclaimer | Vacatures | In/Uitloggen |