Noodzaak van inentingen |
| Baby - Gezondheid | |||
|
Als je kindje acht, twaalf en zestien weken oud is, en vervolgens twaalf en vijftien maanden, dan wordt het uitgenodigd voor vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) van de overheid.
Dat vaccineren gebeurd op het consultatiebureau, bij de huisarts of kinderarts. Ze beschermen je kind tegen twaalf ernstige infectieziekten, maar ook beschermt het je gezin en je omgeving. Baby's en jonge kinderen lopen het grootste risico om infectieziekten op te lopen, omdat hun afweer nog niet 'af' is.
De vaccinaties bestrijden ziekten als difterie, kinkhoest, tetanus en polio (de inenting DKTP), bof, mazelen en rode hond (de inenting BMR). Verder krijgt je kindje een vaccinatie tegen Hib (Haemophilus influenzae type b) een bacterie die infecties en hersenvliesontsteking kan veroorzaken. Als laatste is de vaccinatie tegen pneumokokken toegevoegd aan het RVP.
Bijwerkingen Enkele bijwerkingen zijn heftig, maar staan niet in verhouding tot de ziekte die je kindje anders kan krijgen. 50% van de bijwerkingen beperken zich tot lokale verschijnselen als pijn op de prikplek, roodheid, zwelling, algemene ziekteverschijnselen. Andere heftiger klachten zijn koorts, een collaps (wegraking) of stuipen. Over het algemeen verdwijnt dit na enkele dagen. Als je kind ziek is, hoge koorts of andere aandoeningen, kan het zijn dat de GGD de vaccinatie uitstelt. Maar helemaal geen vaccinatie, zal tot meer ziekte bij de meest kwetsbare jonge kinderen leiden.
|
| Contact | Over ons | Adverteren | Disclaimer | Vacatures | In/Uitloggen |