Baby's eerste jaren - editie 48

10 • BABY’ s eerste jaren (BIJNA) ALLES MAG In principe mag je je kind alles geven wat jij ook eet. Behalve honing, rauw vlees, rauwe vis, rauwe kaas en producten met veel zout. Omdat (moeder)melk zoet smaakt, doen groenten met een neutrale of zoetige smaak het vaak goed bij baby’s. Denk aan bloemkool, bietjes of pompoen. Qua fruit zijn banaan, peer, appel en mango meestal favoriet. Aardappelen, rijst, pasta en brood kun je nu ook gaan aanbieden. Als je je kind zo vroeg mogelijk laat wennen aan verschillende soorten voeding, dan loopt het minder risico op een voedselallergie. OVERGEWICHT Pas op met kant-en-klare producten. Hieraan is vaak suiker toegevoegd. Te veel (toegevoegde) suiker is niet goed voor je kind, het kan leiden tot overge- wicht. Baby’s die te zwaar zijn hebben meer kans op overgewicht op latere leeftijd. Bovendien kan een kind met overgewicht zich motorisch minder goed kan ontwikkelen. ZELF ETEN Veel kinderen willen graag zelf eten in plaats van ge- voerd worden. Er zijn speciale babylepels verkrijgbaar die het zelf eten een stuk makkelijker maken. Zo’n lepel - vaak in aantrekkelijke vormen en kleuren - stimuleert de motoriek van je kind en zorgt voor een positieve eetervaring. Een goede babylepel heeft een ergonomi- sche grip, is licht in gewicht, klein van formaat en vrij van schadelijke stoffen zoals BPA en PVC. DRINKEN Laat je kind bij voorkeur uit een gewone beter drinken. Dit is beter voor de ontwikkeling van spraak en motoriek. In het begin moet je nog wat helpen, maar vaak al gauw niet meer. Tot slot: maak je geen zorgen als je kind een keer of een poosje wat slechter eet. Blijf gewoon proberen. Een kind dat groeit en levendig is, krijgt genoeg binnen. Nu bouwen AAN GOEDE EETGEWOONTEN De eerste vijf jaar zijn belangrijk voor de ontwikkeling van eetgewoonten. Wil je dat je kind later gezond en goed eet? Houd je dan nu al aan de volgende richtlijnen: 1 Jij bepaalt wat en wanneer je kind eet, je kind bepaalt hoeveel; 2 Zorg voor vaste eet- en drinkmomenten; 3 Eet aan tafel en maak de maaltijd gezellig; 4 Voorkom afleiding door bijvoorbeeld de tv; 5 Geef het goede voorbeeld; 6 Gebruik eten niet als troost of beloning.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1