Baby's eerste jaren - editie 59

BABY’ s eerste jaren • 7 Onderzoekers hebben aangetoond dat maar zeven procent van wat iemand voelt, in woorden wordt gesproken. Wanneer je als ouder de lichaamstaal van je kind niet begrijpt, dan ont- gaat je dus veel van zijn gevoelens, gedachten en bedoelingen. Kinderen zijn volledig op lichaams- taal aangewezen zolang ze niet kunnen praten. De non-verbale taal van je kind is dus heel belangrijk. Hieronder valt niet alleen lichaams- taal, ook lichamelijk contact, mimiek, houdings- expressie, gebaren, bewegingsexpressie, oogbe- wegingen, zintuigen, geuren en intonatie. Rustig alert Een half uur na de geboorte zoekt een baby al actief contact. De oogjes zijn wijd open. Helder en stralend kijkt hij je recht aan. Verder is hij stil en rustig. Zo’n tien procent van de dag zul je je kindje in deze alerte staat van bewustzijn zien. Die is al heel belangrijk voor de toekomstige band tussen moeder en kind. Later zie je dit al- leen nog rond voedingstijden. Alle energie zit in horen en zien. De kleine is in staat zijn omgeving in zich op te nemen en te reageren. In het begin nog vooral dichtbij. Hij kijkt geconcentreerd naar je gezicht. Later neemt hij steeds meer de omge- ving in zich op. Hij wil je huid aanraken en draait naar stemmen toe. Als hij nog weer ouder is, wordt het leuk ommet hem te spelen. Hij volgt je dan met zijn ogen en draait zijn hoofd met een bal mee die je voor zijn gezicht beweegt. Actief alert Wanneer de baby veel beweegt in een spe- ciaal ritme, zijn ogen in de rondte kijken en hij kleine geluidjes maakt, probeert hij de wereld te begrijpen. Dit komt voort uit natuurlijke nieuwsgierigheid. Hij is wakker, hij huilt niet en het patroon van bewegen is specifiek. Eerst beweegt hij een minuutje helemaal niet, dan heel uitbundig en plots houdt hij zich weer helemaal stil. Je zult zien dat de belangstelling voor voorwerpen groot is en dat hij veel minder bezig is met gezichten. In geuren en kleuren De baby heeft een grimas, hij tuit zijn lippen naar voren, fronst zijn wenkbrauwen en knijpt zijn ogen dicht. Waarschijnlijk heeft deze uiting met smaak te maken. De smaakpapillen van de baby ontstaan in de achtste week van de zwangerschap en vanaf week veertien worden ze geprikkeld door stoffen in het vruchtwater. Omdat dit een beetje zoet was, heeft hij vooral een voorkeur voor eten met een zoete smaak. Geur en smaak zijn met elkaar verbonden. Na de geboorte herkent een baby de geur van zijn moeder en al snel ook van zijn bedje en andere geuren in huis. De geuren die hij (her) kent stellen hem gerust. Wanneer je baby zijn hoofd heen en weer beweegt ‘snuffelt’ hij een nieuwe geur, hij is deze aan het ontdeken. Dikke tranen Zijn ogen dichtgeknepen of open. Zijn gezichtje is rood en verwrongen en hij maakt heftige bewegingen met zijn armen en benen, of maakt zichzelf zo stijf als een plank. Soms huilt de baby als hij erg moe is, honger heeft, zich niet lekker of zich alleen voelt. Hij troost zichzelf door op zijn vingers te sabbelen of zijn vuist in zijn mond te stoppen. Een baby kan zichzelf niet makkelijk kalmeren als hij gespannen is. Je kind maakt stresshormonen aan als hij huilt. Ouders zijn er dan om de baby te troosten. Pak je kind vast, mompel kalmerende woordjes en Praten kan je kind nog niet. Toch communiceert hij of zij al volop met je omgeving. Dat gebeurt via lichaamstaal.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjA3NTA1